Terug naar overzicht

Johan Slabbynck

Johan Slabbynck, zonder titel, 1991, MDF, opaal (geschuurd) plexiglas, verzinkt ijzer, zamac, polyamide, aluminium, verdorde bladeren, hardboard, 194 x 67 x 5 cm
Contacteer de galerie voor beschikbaarheid.

Als een alien kijk ik naar de dingen. De gevoelens die ik daarbij ervaar breng ik over volgens uitgekiende formules. Directe expressie streef ik niet na. Mijn verlangen naar zuiverheid vormt de rode draad doorheen mijn werk. Het begrip “schoonheid” onderzoek ik vooral op een poëtische manier. Terugkerende thema’s zijn: (zelf-)reiniging, aqua- en aërodynamica, de relatie natuur-industrie, (im-)mobiliteit, vervreemding, miscommunicatie. Voortbouwend op de surrealistische traditie, verbind ik vaak dingen met elkaar die niet samenhoren. De mens is fysiek afwezig in mijn werk. Je zou het een “antropoëxcentrische” kunst kunnen noemen.

Luk Lambrecht

Noli me tangere

De kunst van Johan Slabbynck lijkt in een tijdspanne van tien jaar als in een grote en trage beweging te zijn bedacht en gemaakt.
Er is hoegenaamd geen sprake van opeenvolgende (stijl-)breuken – Slabbynck maakt kijk- en denkmachines en combineert op een heel persoonlijke en particuliere manier zijn visies op de recente kunstgeschiedenis. Alhoewel de meeste werken van Johan Slabbynck statische objecten zijn, wordt er toch een grote mate aan beweging en mobiliteit gesuggereerd. Miniatuur-autootjes en dito trucks – perfect gemonteerd in een aantal sculpturen – verhogen de metaforische leesbaarheid van een kunstwerk als een (haast) letterlijk ‘voertuig’ voor impliciete overdracht van betekenis. Het speelse accent, dat Slabbynck integreert in zijn sculpturen, ontkracht alle zwaarte zonder te moeten toegeven aan de consequentie van een kunstwerk als een object met een interne ‘sprekende’ logica.

Wat ook opvalt in de fijnzinnige productie van Johan Slabbynck is de wringende confrontatie met de natuur – verdorde bladeren komen wel eens meer voor als inhoud achter een wazig-materiële grens met de toeschouwer. De natuurelementen functioneren hier als een symbool voor alle vergankelijkheid, gevat en hier bedwongen in high-tech vormgegeven kunstwerken. Het is alsof Johan Slabbynck perfect afgewerkte schrijnen maakt – hulsels ter conservering van resten natuur en mysterieuse fotografische afbeeldingen die niet meteen gerelateerd kunnen worden aan de aardse werkelijkheid.
Het wordt nogal vlug duidelijk dat de kunst van Johan Slabbynck veel tijd en energie opeist en opslorpt van de toeschouwer. Dit soort kunst is niet eenduidig en raast langsheen de twijfels van de perceptie en de interpretatie.
Johan Slabbynck weet de meest radicale stijlbreuken uit de vorige eeuw perfect te assimileren in tastbare en geduldig gerealiseerde werken. De industriële materialen en ready made-componenten verlenen dit oeuvre een minimalistische neiging – en mede door de intentionele onsamenhangende samenhang van het ‘gecondenseerd’ bij elkaar brengen van dit rijk materiaal in een perfecte en kwasi door een lijst afgesloten denkwereld, weet Slabbynck zijn productie op te tillen tot het niveau van een open conceptuele lectuur. 

De kunstwerken van Johan Slabbynck zijn an sich kunstwerken die een interne wereld en logica afbakenen en aflijnen. Ze suggereren rakelings contact met de toeschouwer door de kunstwerken vorm te geven als ‘vensters’ en haast (letterlijk) een visueel houvast te bieden via gesimuleerde handgrepen, duidelijke aangebrachte hechtingen en geperforeerde zones die als een loket op jouw mening appel willen doen. Wat ook opvalt is de introductie van het ‘speelse’ in veelal heel serieus ogende en afgewerkte kunstwerken. Een organisch en erotisch aandoende vorm wordt bijvoorbeeld al snel ontkracht door er tegelijk een baan voor vier bestelwagentjes in te bedenken.
Johan Slabbynck aast volop op de nieuwsgierige honger van de toeschouwer – hij bezielt zijn vrij koele materialen met zwenkingen en toevoegingen die de lectuur van het kunstwerk piloteren in de richting van het relativeren van de kunst zelf – Slabbynck ontziet de grote beeldspraak.
Het begrip geleiding is ook een thematisch aanknopingspunt dat relevant lijkt bij het beschouwen van zijn oeuvre. De kunstwerken geleiden oog en geest naar genese- en inspiratiegebieden van de kunstenaar die nooit achterhaal- en verifieerbaar zijn en zullen worden. Johan Slabbynck maakt van zijn kunst nooit een systeem dat zou kunnen leiden tot stilistische herkenbaarheid en dito mercantiele stabiliteit. Er blijven fromele weerhaken achter in bijvoorbeeld de manier waarop hij zijn interne composities voorziet met gladde begrenzingen van mdf-hout. Het industriële aspect van zijn kunst wordt gepoëtiseerd tot een object dat zich dialectisch verhoudt tot de geest van de industrie. De kunst leidt naar niets, naar het niet nuttige ‘voorwerp’, alhoewel de verschijningsvorm ervan er soms op aanstuurt een bepaalde nutsfactor in zich te houden.

De spaarzame kunstproductie van Johan Slabbynck staat voor een complex aantal werken waarin het toeval, het organische en de natuur voeling houden met de wereldse wereld van de industrie. De ongrijpbare symbiose tussen tal van zich aandienende referenties en invloeden maakt de lectuur van het oeuvre van Johan Slabbynck tot een avontuurlijk grasduinen in het kunsthistorische verleden en in ieders hoogst persoonlijke reservoir van ervaringen en opgestapelde gevoelens.
De ongrijpbaarheid van zijn werk staat borg voor een onaanraakbaar statuut van een verzameling objecten die afstand opeisen tegenover de wereld… en dat is niet de geringste verdienste in een globaliserende wereld die meer en meer wordt gedicteerd en geleid door de flitsende massamedia.

Fragment uit ‘Noli me tangere’, catalogustekst ‘Johan Slabbynck’, p. 5 – p. 10, Galerie Transit, 2001

‘Fall 2001’, 212 x 107 x 4 cm, dated 2001, Acrylaat, mdf, aluminium, polyamide, hardboard, verdorde bladeren, verzinkt ijzer, zamac, acrylvernis, private collection 

Biography

geboren 26/04/1966

K U N S T O P L E I D I N G E N

1983-1985: Kunsthumaniora, St.-Jozefscollege, Aarschot
1985-1986: Vrije Grafiek, Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten St.-Lukas, Brussel
1986-1989: Experimenteel Atelier, Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten St.-Lukas, Brussel

Tentoonstellingen

SOLO

1990 – Galerie Transit, Leuven
1991 – Galerie Stelling, Leiden
1993 – C.I.A.P., Hasselt
1997 – Galerie Transit, Leuven
2001 – Galerie Transit, Mechelen

GROEP

1989 – ‘Tweede biënnale van de kunstscholen in Europa’, I.C.C., Antwerpen
1989 – ‘Experimenteel Atelier ’89’, Trefcentrum De Markten, Brussel
1990 – ‘Leuven Wellicht’, Van Dale College, Leuven
1990 – ‘In Transit’, Gele Zaal, Gent
1991 – ‘KunstRai’, Galerie Transit, Amsterdam
1991 – ‘Berghe, Creten, Lakke, Vöckler, Betke en Slabbynck’, C.C. De Scharpoord, Knokke
1991 – ‘Wir Flandern’, Galerie am Kraftwerk (Dependance Specks Hof), Leipzig
1992 – ‘Transit 92’, Galerie Transit, Leuven
1992 – ‘Kunstwerken verworven door de Vlaamse Gemeenschap in 1990-1991’, Museum van Deinze en de Leiestreek, Deinze
1992 – ‘Frontiera: Arte giovane in Europa’, Quartiero Fieristico, Bolzano
1992 – ‘Gees, Berghe en Slabbynck’, Galerie Eigen+Art, Berlijn
1992 – ‘Multiple Art Fair’, Remmert und Richter Verlag, Düsseldorf
1992 – ‘Dood en zelfmoord in de hedendaagse kunst (het CPZ te gast)’, Galerie Transit, Leuven
1993 – ‘Beeld en Bedrijf’, Kamer van Koophandel en Nijverheid, Leuven
1994 – ‘Het object in editie’, Koninklijk Paleis, Antwerpen
1995 – ‘De Gemartelde Tijd’, Kapel van de Romaanse Poort, Leuven
2002 – ‘Provinciale Prijs Beeldende Kunsten Vlaams-Brabant’, Zaal Artes, Leuven
2002 – Openingstentoonstelling Beeld en Kunst vzw, Communicatiecentrum, Lovenjoel
2003 – ‘Drifting/Dérive’, Speelhoven, Aarschot
2006 – ‘Mobilart’, Kortenbergse Kunstkabinetten, Kortenberg

Collecties

– Vlaamse Gemeenschap (depot SMAK)
– Cera Holding
– Provincie Vlaams-Brabant
– privé-collecties in België, Nederland, Engeland, Duitsland, Spanje, …

Publications

‘Tweede Biënnale van kunstscholen in Europa’, Koninklijke Academie van Schone Kunsten, Antwerpen, 1989, p. 55
Tekst: Lieven Delafortrie

‘Experimenteel Atelier’, De Markten/ Hoger Instituut St.-Lukas, Brussel 1989, p. 10 – 11
Tekst: Lieven Delafortrie

‘Leuven Wellicht’, Cultuurraad vzw, Leuven 1990

‘In Transit’, Noordstarfonds vzw, Gent, 1990
Tekst: Daan Rau

‘Wir Flandern’, Galerie am Kraftwerk, Leipzig, 1991
Teksten: Jos van den Bergh, Erno Vroonen

‘Kunstwerken verworven door de Vlaamse Gemeenschap in 1990-1991’, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement WVC, Administratie Kunst, Brussel, 1992

‘Frontiera: Arte giovane in Europa’, Edition Rætia, Bolzano, 1992, p. 61-70
Tekst: Erno Vroonen (‘L’Arte Belga oggi o La ricerca di un’ identià surrealistica’)

‘Gees, Berghe en Slabbynck’, Edition Eigen+Art, Berlijn, 1992

‘Het object in editie’, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en Koninklijk Paleis, Antwerpen, 1994
Tekst: Greta Van Broeckhoven

‘De Gemartelde Tijd’, vzw Klaarte, Leuven, 1995, p. 54 – p. 57
Teksten: Lut Pil, Ans Thijs, Hadewijck Hauben

‘Johan Slabbynck’, Galerie Transit, Mechelen, 2001
Teksten: Luk Lambrecht, Lief Brijs

‘Provinciale Prijs Beeldende Kunsten Vlaams-Brabant’, Provincie Vlaams-Brabant, Leuven, 2001
Teksten: Luk Lambrecht, Lief Brijs

‘Speelhoven ’03 – Drifting/Dérive’, vzw Speelhoven, Aarschot, 2003
Tekst: Luk Lambrecht

‘Mobilart – 10de editie Kortenbergse Kunstkabinetten’, TxT-IBIS Language & Communication, Kortenberg, 2006
Teksten: Jan-Pieter Outtier, Georges Libbrecht

T I J D S C H R I F T A R T I K E L S

‘Garcia en Slabbynck in Galerie Stelling’, Beelding (‘Op ’t oog’), 02/1991, p. 33
Wouter Welling

‘Johan Slabbynck’, Forum International 06/1991, p. 83
Jos van den Bergh

‘Een venster op de wereld’, Hervormd Nederland, 02/03/1991, p. 26
Mirjam Westen

‘Leuven heeft één galerie en ze heet Transit’, Kunst en Cultuur, 03/1991
Bert Populier

‘Hak zoekt zijn gemak’, Knack Weekend (‘Uit de kunst’), 12/07/1995, p. 62 – p. 63
Jan Braet

‘Johan Slabbynck’, Faydherbe.be 002 (‘Binnenland’), 12/2002, p. 7
Filip Burgelman

K R A N T E N A R T I K E L S

‘Leuven Wellicht: metamorfose van een stad’, Het Nieuwsblad, 23/02/1990
Ann Theys

‘Leuven Wellicht onder stralende sterrenhemel’, De Morgen, 23/02/1990
A.B.

‘Leuven één nacht lichtstad en stad van de Verlichting’, Gazet van Antwerpen (‘Cultuur’), 23/02/1990
auteur onbekend

‘Autonome en suggestieve kunst van Johan Slabbynck’, Het Nieuwsblad, 31/10 – 01/11/1990
Herman Duponcheel

‘Romantiek en geometrie in vervreemdend perspectief’, De Standaard (‘Cultuur en Wetenschap’), 07/11/1990, p. 6
Dan Holsbeek

‘Een kleine Leuvense oase ‘In Transit”, De Gentenaar, 23/11/1990, p. B 8
Dirk Pultau

‘Confrontatie Noord en Zuid’, Leidsch Dagblad, 20/02/1991
Lisette Oomen

‘Dubbele verrassing bij Stelling’, Leidse Post, 24/02/1991
auteur onbekend

‘Grens tussen product en kunst vervaagt’, Het Nieuwsblad, 29/01/1993
Herman Duponcheel

‘Johan Slabbynck’, De Morgen (‘Kunstgrepen’), 05/09/1997
Luk Lambrecht

‘Een wereld genaamd Slabbynck’, Het Nieuwsblad (‘Buitenbeen – Cultuur’), 18/09/1997
Tine Hens

‘Visueel avontuur – Loepzuivere beeldhouwer’, De Morgen, 22/11/2001
Luk Lambrecht

‘Over de weigering – Johan Slabbynck’, De Financieel Economische Tijd (‘Tijd-Cultuur’), 28/11/2001, p. 18
Els Roelandt

‘Kunst en natuur vinden elkaar op tentoonstelling in Speelhoven’, Het Laatste Nieuws, 27/08/2003
Geert Mertens

‘Ingaan op de schoonheid van het landschap’, De Morgen (‘Expo’), 29/08/2003
Luk Lambrecht

‘Spelen in Speelhoven’, De Financieel Economische Tijd (‘Tijd-Cultuur’), 03/09/2003
Els Roelandt

‘Afdrijven naar Aarschot’, De Huisarts, 09/2003
Christine Vuegen

© Galerie Transit 2021 – Webdesign Webit
Privacy | Cookiebeleid