Luc Dondeyne | Swinging Mirrors

13
nov 2022
11
dec 2022

Swinging Mirrors

Luc Dondeyne

Er zijn altijd lichtpunten aan de horizon

Voor het eerst toont Luc Dondeyne in galerie Transit ‘werk dat naar abstractie neigt’. Onmiddellijk voegt de maker er echter aan toe ‘ook dit te hebben gecounterd’.

I.

In zijn studio in Ramsdonk, voorbij de bocht aan de Sint-Martinuskerk, licht Luc Dondeyne galant de aanzetten tot zijn nieuwe reeks olieverfschilderijen Swinging Mirrors (2022) toe. Hij is uitgegaan van het motief van het security-blanket of isolatiedeken. “Ik heb het object in zijn geometrie proberen te vatten”, bekent hij direct. “De structuur van het materiaal is aantrekkelijk. Opengelegd op de grond, leent de haast gewichtloze folie met dubbelzijdige afwerking – ‘goud’ en ‘zilver’ – zich ideaal voor vormexperimenten.” De mogelijkheden zijn vrijwel identiek aan die van de zilveren wikkel rond de chocoladereep: je kan de folie plooien, uitrekken, rollen, opvouwen, tot prop reduceren of bruut verfrommelen. 

Luc Dondeyne zegt het een uitdaging te vinden om als colorist reflecterende materialen te schilderen. Het gegeven bezit een bepaalde ‘alchemie’.

Afgezien van zijn picturale kwaliteiten, is het isolatiedeken een allesbehalve neutraal object.

Door Decathlon wordt het – niet gespeend van cynisme of minstens onverschilligheid – als ‘overlevingsdeken voor eenmalig gebruik’ aangeboden ‘met twee functies en twee kanten’. De gouden kant houdt de warmte vast; de zilveren kant houdt het lichaam koel. Slimme sporters en bergwandelaars hebben standaard een exemplaar van het nooddeken in hun rugzak zitten. ‘Gemoedsrust in een klein pakketje’. ‘Good value for the money’. So far so good. 

Anders dan aan vakantie, sport en spel herinnert het overlevingsdeken ons in eerste instantie aan de rauwe realiteit van de vluchtelingencrisis. Het vliesdunne, ritselende deken dat thermische isolatie moet garanderen, is sinds 2015 een vertrouwd gezicht, gewikkeld rond de lichamen van uitgeregende of teruggedreven migranten aan muren of prikkeldraadomheiningen bij staatsgrenzen, of van verkleumde en geredde drenkelingen die uit het water of uit bootjes werden gevist. Te vaak werd het thermische deken een ad-hoclijkwade.

Het nooddeken is vandaag bijna even banaal als het mondmasker. 

“Ik beschouw de vluchtelingencrisis als een van de grootste vraagstukken van deze tijd”, zegt Luc Dondeyne. “We hebben het kolonialisme ervaren met al zijn nevenwerkingen en gevolgen: ook de vluchtelingencrisis is daar een rechtstreeks onderdeel van. Door internet ligt vandaag de wereld voor iedereen open. Migratie is ook daar een gevolg van. Het is heel begrijpelijk. De vraag is hoe hiermee om te gaan. In mijn nieuwe reeks doeken wil ik liefst niet (al te) letterlijk op de kwestie ingaan, maar het gegeven formeel objectiveren om er vat op te krijgen. Desalniettemin zijn mijn beelden gelaagd en allesbehalve onschuldig. Zonder melig of sentimenteel te zijn, kunnen ze op de een of andere manier vragen oproepen over het (geo)politieke, (socio)economische en klimaat-debacle.”

II.

Nochtans, wie op basis van deze eerste aftrap gelooft dat het motief van het nooddeken in het nieuwe schilderijenensemble eenzijdig triomfeert, heeft het bij het verkeerde eind. 

Behalve de zeven doeken waarin het nooddeken de exclusieve hoofdtoon voert, toont Luc Dondeyne drie werken met een totaal verschillende insteek. Hier verschijnen ook menselijke figuren, jong, aantrekkelijk, blakend van gezondheid, sportief, nooit behoeftig aan een security-blanket – duidelijk (?) veilig. Luc Dondeyne spreekt over een ‘contrapunt’.

“Ik ben voor deze werken uitgegaan van de idee van beweging,” zegt Luc Dondeyne, “van het dansante dat ik, dankzij mijn samenwerking met drie jonge Portugese performers, verder heb uitgewerkt. Ik had dansers nodig als model – bewegende lichamen die ik kon observeren, tekenen, (sch)etsen en fotograferen: ik wilde kunnen werken op basis van fotografisch materiaal. Meestal zijn mijn modellen mensen die min of meer toevallig mijn pad kruisen, maar in dit geval heb ik zelf de koe bij de horens gevat. Elk afzonderlijk kende ik de drie modellen via mijn lespraktijk. Alle drie staan ze in de tekenklas model. Samen poseren – laat staan performen – deden ze echter nog nooit. Ze kenden elkaar slechts vaag van in de gang (de twee meisjes kenden elkaar beter). Maar ik wist dat het zou klikken! Alle drie bevinden ze zich in het gebied tussen kunst, dans en performance. Ook in Portugal hebben ze connecties; ze zijn zeer mobiel en wonen op verschillende plekken. Ze komen uit de buurt van Lissabon. 

Ik heb hen gevraagd of we samen iets konden doen rond improvisatie; daar hebben ze gretig ‘ja’ op gezegd. Ik heb in mijn studio, waar nog een heuse oude bühne aanwezig is – een relict van een feestzaal – Braziliaanse muziek opgezet. De improvisatie ging als vanzelf; bewegen was onomstotelijk hun tweede natuur… Het was een voorrecht om met hen te kunnen samenwerken. Schilderijen als Rokoko of Stone Flower maak je heus niet alleen. Ik heb er bewust voor gekozen hen niet te laten improviseren met het overlevingsdeken. Ik wilde dat strikt scheiden.”

III.

Strikt gescheiden of niet, de taferelen met het motief van het nooddeken en die met de menselijke figuren, gaan samen op in de presentatie bij galerie Transit. De titel van de tentoonstelling, Swinging Mirrors, mag je van de kunstenaar gerust letterlijk nemen: de dansende, swingende spiegel is wel degelijk de kantelende spiegel uit jouw vestiaire, badkamer of boudoir. Maar is niet ook het overlevingsdeken voor eenmalig gebruik een swinging mirror, met zijn afwisselend goud- en zilverkleurige zijden die het zonlicht capteren en weerkaatsen?

Swinging Mirrors verwijst evenzeer naar muziek, dans en jazz (de ‘swing’) en naar het ‘swingen’ of verglijden van betekenissen: de onbestemdheid van onze attitude tegenover de mondiale beschavings- en klimaatcrisis; de fluctuatie van onze reactiesnelheid tegenover de planeetbedreigende situatie waar we ons vandaag in bevinden. Daarnaast verwijst Swinging Mirrors ook naar een eerdere reeks werken waarin water een belangrijke rol speelt. Hierbij draait het immers ook rond de veranderlijkheid van het licht en inhoudelijk is er eveneens de dualiteit en de sfeer van escapisme die uitgaat van stranden en tegelijk de dreiging die kan uitgaan van water, denken we maar aan de klimaatcrisis.

De tweespalt maakt het voor Dondeyne interessant om dergelijke vraagstellingen uit te diepen, zij het dan picturaal: dat laatste is uiteindelijk de wérkelijke inzet van het onderzoek. 

Luc Dondeyne heeft niet de ambitie een luchtig schilder te zijn. Wat hem boeit is het contrast. Totale zwaarte en somberte domineren niet zijn artistieke persoonlijkheid. De schilder heeft ‘de twee kanten’ nodig en probeert dit in zijn schilderijen uit te werken. “Je kunt de situatie supersomber inzien, toch zijn er altijd lichtpunten aan de horizon. Ik moet me daar ook aan vastklampen, anders wordt de realiteit ondraaglijk. Wat komt er niet allemaal op ons af? Samen met mijn generatiegenoten beleefde ik in de jaren 1970 de oliecrisis. Wanneer je erover nadenkt, hield het naderhand niet meer op. Er duiken alsmaar nieuwe conflicten op. Vandaag is beleid uiteindelijk puur crisisbeleid geworden. Voortdurend moeten kleine en grote branden worden geblust; er blijft nauwelijks tijd of ruimte over voor afstand of reflectie. Dit is een vaststelling, geen verwijt…”

IV.

De twee zeer verscheiden clusters in Swinging Mirrors maken van de tentoonstelling een diptiek. Ook formeel kan men van een tweeluik spreken: de zeven ‘abstracta’ en de drie ‘lichamen’ scharen zich rond één centraal punt, Tractatus (2022), met zijn formaat van 95 x 200 cm het grootste werk in de tentoonstelling, navel en vluchtpunt. Misschien verwijst Tractatus, dat een dubbele waaier verbeeldt, naar de Tractatus Logico-Philosophicus, het eerste hoofdwerk en het enige bij leven gepubliceerde werk van de Oostenrijks-Engelse filosoof Ludwig Wittgenstein, in diens woorden hoofdzakelijk ethisch van aard. 

De beroemdste stelling (nr. 7) van het werk – ondanks de titel van het traktaat – is “waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen”. In lijn met de eerdere stellingen (1-6), lijkt stelling 7, die niet wordt toegelicht, te slaan op de noodzakelijke vernauwing van de filosofie en op het belang van het tonen tegenover het spreken zelf. Het is met andere woorden niet omdat er over iets niet gesproken kan worden, dat het niet getoond kan worden – bijvoorbeeld in de kunst. Zo begrepen is Dondeynes Tractatus een programmatorisch werk.

Tractatus beeldt een tot waaier geplooid overlevingsdeken af. “Het heeft iets pronkerigs” in de woorden van de schilder. “Het is bijna een pauwenstaart.” 

De zeven abstracta die Tractatus flankeren zijn misschien zo abstract nog niet. Onder het beeld Antigone vermoed je een vrouwenlichaam. In het ruimtevullende doek True Mask lees je de helm met de amandelogige uitsparingen van een Helleens krijger. Onder Deviant Wing gaat een menselijke vleugel schuil – een arm. Wie weet verbeeldt Echo-Affect een celstructuur. Dondeynes Swinging Mirrors zijn allegorieën. 

Zelf bestempelt Luc Dondeyne True Mask als onheilspellend. “Er zit een duister kantje aan terwijl je op het eerste gezicht tegen een fraai motief aankijkt – een bloemenmotief of een waaier.” Er gebeurt inderdaad van alles in het doek: er ligt een houtstructuurachtige sluier over het werk en er waait een rode gloed doorheen alsof het brandt daarbinnen… 

“Die gloed doet inderdaad aan vuur denken”, beaamt de schilder. “Ik heb daarvoor ook het houtmotief gebruikt – een uiterst brandbaar materiaal…” Wat mijn vrije associatie met de Griekse helm betreft, vindt ook dat idee genade: “Het Griekse karakter van het masker plaatst de zaak in een historische context. Het conflict is geen recent fenomeen, wel integendeel een systeemfout in het verschijnsel mens.”

Antigone  is een embodied abstraction, een lichaam voorgesteld op een abstracte manier. “Het mariale blauw is slechts schijn. Het is een enorme uitdaging voor een schilder om de kleur blauw in het reflecterend gegeven van (aluminium)folie te injecteren – het is iets waar je je als schilder volledig in uitleeft… een onbeschrijflijk en onuitputtelijk plezier.”

Echo Affect bestaat uit“twee bollen die elkaar opzoeken of die elkaar ergens beïnvloeden.

Tijdens corona was er veel sprake van het echo-effect, of hoe communicatie in cirkels draait. Ik heb gedacht, ik ga daar echo-affect van maken.” 

V. 

Met Stone Flower , Rokoko , Waiting for the Sun (Day 22) en Closed leidt Luc Dondeyne ons zijn welbekend, wervelend universum van verfijnd geschilderde menselijke figuren binnen. We kijken aan tegen respectievelijk een strak observerende blonde adolescent (detail, frontaal), een meisje (voluit, vue de dos) en drie lummelende of dansende tieners, o.a. de Portugezen die voor Dondeyne model stonden. 

Er zit veel genegenheid en liefde in Stone Flower – ook voor de dansers: dat voel je gewoon. 

Psychologie, waarschuwt Dondeyne, is nochtans wat hem betreft een redelijk vaag gegeven. “Hoe het precies functioneert, weet ik niet. Het is iets wat geschiedt of niet geschiedt: dat is het wonder van de schilderkunst. In de flamencotraditie spreekt men over duende, een moment van bezieling. Ik geloof daar sterk in. Je kan technisch iets perfect uitvoeren zonder dat daar iets uit straalt. Virtuositeit op zichzelf betekent niets. Je moet proberen het juiste moment vast te grijpen… het moment waarop iets ánders gebeurt. Wat dat is? Dat kun je niet vatten.” (Daarover kan men inderdaad niet spreken: Luc Dondeyne toont het).

Het werk Stone Flower, dat een improviserend trio uitbeeldt, is dermate lichtvoetig, decoratief, dynamisch en aanstekelijk dat je zijn maker zowaar een toekomst als fresco- of plafondschilder toewenst. De personages zouden 21ste-eeuwse putti kunnen zijn die dartel langs je heen scheren. Het schildersplezier spat in het rond. Het doek bezit een diepte die geen diepte is – een onbestemdheid, een ‘achtergrond’. Stone Flower baadt in adembenemend blauw licht:spreekt Dondeyne hier zijn liefde uit voor Tiepolo?

Dezelfde figuren tref je in het werk Rokoko, bij een stenen kade aan de rand van een onbestemde waterpartij, waar ze aan het zonnekloppen zijn – zinnelijk,roekoeëndof spinnend van genot. Het is een typisch ambigue ode aan het leven zoals we van Luc Dondeyne gewend zijn. 

Het blonde meisje uit Waiting for the Sun (Day 22) staart recht in de zon. Onbeschermd zijn haar ogen. Nergens de bescherming tegen verblinding en UV-straling van een fatsoenlijke zonnebril. Erger, met beide duimen en wijsvingers spant de figuur haar oogspieren op, zodat wegkijken onmogelijk wordt. We staan oog in oog met een toekomstige blinde ziener… 

Eenzelfde kortsluiting bij Closed, waar een meisje lijkt te aarzelen bij een parelgordijn. En glijdt uiteindelijk in Rokoko niet een van de personages uit op de kade? Het is in elk geval een bevreemdend gezicht: één schoen, één blote voet, een om onduidelijke redenen in bochten gewrongen romp. Hier is waarschijnlijk iets fout.

VI.

In zijn Tractatus Logico-Philosophicus stelt Wittgenstein dat “waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.” Hij legt daarmee de vinger op de beperkingen van de logica en het rationele denken en onthult tegelijk een fundamentele betekenislaag voor de kunst. 

Zwijgend toont Luc Dondeyne in Swinging Mirrors datgene waarover men niet spreken kan, datgene wat ontsnapt aan eenduidige interpretatie, datgene wat continu verglijdt

goud noch zilver is

warm noch koud

statisch noch dynamisch

lichamelijk noch abstract

introspectief noch expressief

geëngageerd noch onverschillig

goed noch kwaad. 

“Er zijn altijd lichtpunten aan de horizon.”

Barbara De Coninck, Antwerpen, 23 oktober 2022 

Voetnoten

1 Alle werken in de tentoonstelling dateren van 2022. Luc Dondeyne schilderde zijn eerste ‘waaier’ of ‘folie’ in 2020 in volle corona-periode (Veronica, 2020, niet geëxposeerd). “Veronica is de vrouw die het beeld van Christus op doek heeft gezet. Ik heb in 2020 zo’n folie gekneed tot ik barsten of plooien kreeg. Het resultaat heb ik opgehangen als fetish – inclusief een blanco blaadje ernaast met de duiding: dit is het beeld. Veronica is het begin van de reeks Swinging Mirrors. Je voelt dat het werk nog wat meer schetsmatig is en iets minder afgewerkt.” (gesprek met L. Dondeyne, Ramsdonk, 22.09.2022)

2 (LD) « Het lichaam is voor mij zeer belangrijk. Het schilderij is ook een lichaam op zich voor mij. Ik heb altijd graag de menselijke figuur gebruikt in mijn werk. Het is een zeer complex gegeven. Zonder daarom over portretten te spreken, ga ik graag met figuren aan de slag. Er zijn veel referenties te vinden in de kunstgeschiedenis. Ik ben daar nog altijd sterk door geboeid. Schilderen is ook iets heel fysiek. Mensen vergeten dat. We zijn het zo gewoon naar beelden te kijken. Hoe je het ook draait of keert, je zit als schilder met de beperking van je armen. Je moet op een ladder gaan staan… of een plafond schilderen. Dat is een geweldige fysieke arbeid.” (gesprek met L. Dondeyne, Ramsdonk, 22.09.2022)


3 Eric Rinckhout, Een milde anarchist, in: Luc Dondeyne, Third Eye, MER/Borgerhoff & Lamberigts & Galerie Transit, 2019, p. 107: “Luc Dondeyne schildert de mens dus in veel verschijningsvormen. Verhevigd, kleurrijk, erotisch. Hij fotografeert wat om hem heen gebeurt. Hij kadreert scherp. Hij heeft vooral – misschien zelfs: uitsluitend – oog voor de ‘leisure society’ van de 21ste eeuw, een samenleving waar een oppervlakkig hedonisme tot maatstaf is verheven.”

Open: vrijdag, zaterdag & zondag, 14 – 18 uur of na afspraak

© Galerie Transit 2022 – Webdesign Webit
Privacy | Cookiebeleid